Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AX9366

Datum uitspraak2006-06-20
Datum gepubliceerd2006-06-27
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Arnhem
ZaaknummersTBS 2005\149
Statusgepubliceerd


Indicatie

Nu de voorwaarden verbonden aan de terbeschikkingstelling niet zijn gerealiseerd en een dwingend kader -vanwege de problematiek en de daarmee samenhangende kans op herhaling- geboden is, beveelt het hof dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden gepleegd. Gelet op de omstandigheid dat het niet aan betrokkene heeft gelegen dat de appèlprocedure lang heeft geduurd en gezien de huidige toestand van betrokkene, zou het de voorkeur hebben indien betrokkene met voorrang wordt opgenomen in een TBS-kliniek, zodat enerzijds een langdurig, voor betrokkene belastend verblijf in een huis van bewaring wordt vermeden en anderzijds op afzienbare termijn de behandeling van betrokkene kan worden hervat.


Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM TBS 2005 9 Beslissing d.d. 20 juni 2006 De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van [terbeschikkinggestelde], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], verblijvende in [verblijfplaats]. Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank te Groningen van 15 juni 2005, houdende de beslissing dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd. Overwegingen: 1. Het hof zal de beslissing van de rechtbank dienen te vernietigen, daar het recht doet mede op grond van nieuwe stukken en mede op grond van hetgeen de getuige-deskundige ter terechtzitting heeft verklaard. 2. Zowel artikel 509x, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering als artikel 5, vierde lid, van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden stelt eisen aan de voortgang van de behandeling door de rechter van een vordering tot het alsnog geven van een bevel tot verpleging van overheidswege. Er dient door het hof zo spoedig mogelijk respectievelijk spoedig (de Engelse tekst bezigt het woord "speedily") te worden beslist. Zowel de rechtbank als het gerechtshof heeft een verdragsrechtelijke verplichting om tot een zo spoedig mogelijke behandeling van de vordering tot omzetting over te gaan. De genoemde inspanningsverplichting dwingt tot een grotere spoed dan waarvan in de onderhavige zaak is gebleken. Het hof is van oordeel dat in casu van een spoedige behandeling van het beroep in de zin van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden geen sprake is geweest. Immers is het beroep van het openbaar ministerie ruim elf maanden na het instellen van het hoger beroep behandeld. In de voorliggende zaak oordeelt het hof dat de beslissing om een verdragsrechtelijke schending aan te nemen in zichzelf voldoende bevrediging van het geschonden rechtsgevoel inhoudt. Daarbij heeft het hof in aanmerking genomen dat bij tussenbeslissing van 24 november 2005 het onderzoek is heropend omdat nadere rapportage noodzakelijk werd geacht. Tevens is rekening gehouden met de omstandigheid dat de zaak door omstandigheden gelegen buiten betrokkene nogmaals diende te worden aangehouden. 3. Het hof zal thans overgaan tot beoordeling van de vordering van de officier van justitie tot het geven van een bevel dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd. In de onderhavige zaak staat de vraag naar verlenging van de terbeschikkingstelling niet ter beoordeling van het hof. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat essentiële voorwaarden door betrokkene niet zijn gerealiseerd. Betrokkene heeft afspraken overtreden. In januari 2005 is hij bewusteloos geraakt onder invloed van een forse hoeveelheid alcohol. Op 13 april 2005 is hij ondanks het uitdrukkelijke verbod het terrein te verlaten tijdens een begeleide wandeling weggelopen. Diezelfde avond is hij door de politie in dronken toestand aangetroffen, volledig vervuild door urine en faeces. Volgens de FPK te Assen is betrokkene niet te behandelen op de FPK en kan hij niet zonder risico's elders geplaatst worden. Psychiater Vriesema geeft in zijn rapport aan dat betrokkene een kwetsbare, latent gevaarlijke man is. Hij behoeft een goed afgestemde structuur en veiligheid om zich heen ter voorkoming van recidive en om langs de lijnen van geleidelijkheid toe te werken naar meer adequate individuatie en socialisering. Een behandeling in het kader van voortzetting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden in een FPK wordt als een gepasseerd station gezien. Ter voorkoming van recidive en ter verbetering van zijn eigen ontwikkeling acht hij plaatsing in een TBS-kliniek noodzakelijk. Nu de voorwaarden verbonden aan de terbeschikkingstelling niet zijn gerealiseerd en een dwingend kader -vanwege de problematiek en de daarmee samenhangende kans op herhaling- geboden is, is het hof van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verpleging van overheidswege eist als in de hierna te vermelden beslissing is vervat. Het hof merkt nog het volgende op. Gelet op de omstandigheid dat het niet aan betrokkene heeft gelegen dat de appèlprocedure lang heeft geduurd en gezien de huidige toestand van betrokkene, zou het de voorkeur hebben indien betrokkene met voorrang wordt opgenomen in een TBS-kliniek, zodat enerzijds een langdurig, voor betrokkene belastend verblijf in een huis van bewaring wordt vermeden en anderzijds op afzienbare termijn de behandeling van betrokkene kan worden hervat. Beslissing: Het hof: Vernietigt de beslissing van de rechtbank te Groningen van 15 juni 2005 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde. Beveelt dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd. Aldus gedaan door mr Lensing als voorzitter, mrs Vegter en Lauwaars als raadsheren, en dr Schudel en dr Van Kordelaar als raden, in tegenwoordigheid van mr Van Ek als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 juni 2006. Mr Lauwaars en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.